Om de hals het wijduitstaande geruite doekje van kant of sneewerk, aan de uiteinden versierd met de witte 'akertjes', sierkwastjes van uiterst fijn linnen garen kunstig ingeengewerkt tot zware, korrelige linnen tresjes. De akertjes en halsdoeken vormen nog een overblijfsel van de oud-Hollandse klederdracht uit de 17de eeuw. Over de roodwit gestreepte mouwen changeant zijden ...