De Huizer "schulk" bij de oorijzerdracht.; Over de bovenrok werd een schort gedragen. Vroeger heette dat een schorteldoek. Het Huizer woord schulk is hiervan afgeleid. De schorten zijn vaak van een Fries of Zeeuws bont: lichtblauw geruit, lichtgrijs, soms ook wel met roserood of een vrolijk bloemetje. Er is verschil tussen zondagse of daagse schorten, ...