Het doekje van de man (jongen), bestaat uit een lapje geruite katoen, de helft van een vierkant dat langs de diagonaal is doorgeknipt. Evenwijdig aan deze diagonaal worden vier plooitjes ingevouwen en vastgezet, of het doekje wordt opgerold en het ontstane rolletje platgeknepen. De propperige dikte die men bij deze wijze van "vouwen" verkrijgt, wordt ...