Spinsteentjes van steengoed zijn vaak geglazuurd en versierd met horizontale banden. De spintol wordt een konkel genoemd. Handige spinsters namen de konkel overal mee naar toe en konden zelfs onder het lopen spinnen. Ook tijdens het praten, dan werd er dus gekonkeld. Spinnen was niet alleen een vrouwenbezigheid. Bekend is dat schaapherders veelal een spinrokken ...