Oorijzer, gedragen door een vrouw in Zuid-Bevelandse streekdracht. Het oorijzer bestaat uit een vergulde messing beugel en twee vergulde messing ‘stikken’ (rechthoekige oorijzeruiteinden). De stikken zijn aan de achterzijde versierd met graveerwerk. In de stikken staan onduidelijke merken. In 1960 is het oorijzer op verzoek van het Nederlands Openluchtmuseum opnieuw verguld.