Een jager in een prachtige, rode jas zit achter een open venster. Hij heft zijn glas en kijkt ons schalks aan. Voor hem liggen de attributen van zijn werk: een jachthoorn en een dode duif. Voor tijdgenoten was waarschijnlijk meteen duidelijk dat het hier om jagen (de minnejacht) en vogelen (de liefde bedrijven) ging. Metsu ...