In een vertrek met aan weerszijden draperieën, zit Wtenbogaert aan een tafel, waarop een kleed ligt en verder allerlei boeken staan en liggen. Alleen het bovenlichaam is zichtbaar, het gezicht is naar de beschouwer toegewend. Zijn linkerhand houdt een opengeslagen boek vast, de rechterarm lijkt op een leuning te steunen terwijl de rechterhand slechts half ...