Ook kapiteins moesten slapen maar onrust kenmerkte hun slaap. De bewegingen van het schip, het kraken van het houtwerk en het geluid van de wind in het want maakten dat eerder van hazenslaapjes sprake was. Bovendien was er de tergende vraag: 'houdt de roerganger wel de juist koers aan?' Het antwoord op die vraag gaf ...